Een dode dochter ter wereld brengen

Queralt leefde zestien weken in mij. Ik zag haar maar twee keer in twee echografieën. Toen ik afscheid van haar nam, wisten we maar vier weken dat het een meisje was, en had ze vier weken lang Queralt geheten.

Toen ik verteld werd dat haar hart gestopt was met kloppen, wilde ik de monitor van de echografie niet zien. Ik wilde haar niet stil zien. In de twee eerdere echo’s had ik haar zo levend gezien, zo woelig, dat ik haar niet onbeweeglijk wilde zien.

Ik werd uitgelegd wat er ging gebeuren: volgens de metingen van het meisje, was haar hart drie weken ervoor gestopt. Daarom was het nodig om een bevalling op te wekken. Soms, als het hart net is gestopt, krijg je de mogelijkheid om te wachten totdat je lichaam zelf de bevalling start, en hoeft het niet opgewekt te worden. Maar na drie weken is het gevaarlijk voor de moeder om langer te wachten.

Ik kreeg de mogelijkheid om diezelfde avond opgenomen te worden of naar huis te gaan en in de ochtend terug te komen. Ze zeiden dat ik wat pillen zou krijgen en dat er vervolgens gewacht moest worden voor de reactie van mijn lichaam, dat kon eigenlijk tot achtenviertig uur duren. Ik dacht dat als het zo lang kon duren, ik liever direct begon. Daarnaast was ik er zeker van dat als ik naar huis ging, ik de hele nacht wakker zou blijven.

Toen kreeg ik een vruchtwaterpunctie. Misschien konden ze daarmee antwoorden vinden voor wat er was gebeurd, voor waarom het allemaal zo vroeg over was. Ik denk dat de gynaecoloog die de vruchtwaterpunctie deed, niet zo ervaren was, want hij kreeg instructies van een andere gynaecoloog. Ik dacht dat dat soort vruchtwaterpuncties gebruikt werden om te oefenen. Welbeschouwd was mijn dochter al dood, het was toch geen probleem als ze geprikt of geraakt werd door de naald.

Daarna mocht ik naar de afdeling. Ik kreeg de pillen en ik moest wachten. Op mijn mobiel, keek ik naar een website dat een vroedvrouw had aanbevolen van moeders die een zwangerschap hadden verloren (een soortgelijke pagina als deze). Ik las verhalen van vrouwen die een kind in de laatste weken van de zwangerschap of in de eerste weken na de bevalling hadden verloren. Ik dacht dat ik niet zo’n grote pijn had. Ik was toch niet zo lang zwanger. Ik kon niet zo verdrietig zijn als zij het waren. Toen wist ik het nog niet, maar ik vergiste me.

Ergens in de nacht, een vroedvrouw vroeg of ik Queralt na de bevalling wilde zien. Ik vroeg wat er ongeveer te zien zou zijn en ze zei dat ze er waarschijnlijk heel paars uit zou zien. Dat ze onaangenaam om te zien zou zijn, want ze was al drie weken gestopt. Ik dacht aan de tijd toen mijn grootvader stierf, toen wilde ik hem niet dood zien, ik wilde hem levend herinneren. Daarom besloot ik dat ik Queralt niet hoefde te zien. En daar vergiste ik me ook alweer.

Ik meen mij te herinneren dat het drie of vier uur in de nacht was toen de weeën startten, het was niet echt pijnlijk. Ze brachten me terug naar de gynaecologie afdeling. Al snel merkte ik dat mijn water was gebroken en kort daarna kwam Queralt eruit. Ze namen haar gewikkeld in een ziekenhuis doek mee.

Toen werd ik gevraagd of ik op kon staan. Dat zou kunnen helpen mogelijke resten in mijn baarmoeder eruit te doen. Ik was moe, maar ik voelde me sterk genoeg. Ik stond op, ik liep een paar stappen van het bed af en dan merkte ik dat ik ging flauwvallen. Ik werd ondersteund voordat ik zou vallen. Ik hoorde mijn naam roepen, ik merkte dat ze zorgen maakten, maar ik kon geen antwoord geven. Ik moest overgeven, ik viel helemaal flauw en kort daarna keerde ik terug. Het gebeurde allemaal zo snel. Maar ik schrok.

Dan moest ik een curettage ondergaan, omdat de baarmoeder niet helemaal schoon was. Ik werd even in een rolstoel in een operatiekamer in mijn eentje achtergelaten. Het was er erg koud en ik voelde dat ik weer zou flauwvallen. Het was me nooit eerder gebeurd, dat ik me flauw volde vallen terwijl ik zat, en ik schrok alweer. Ik had ook de kracht niet eens om te schreeuwen om hulp te vragen. Ik bedacht dat ik me van de stoel kon laten glijden om op de vloer te gaan liggen, om de duizeligheid te stoppen. Maar gelukkig kwam er iemand en ik werd in de operatiekamertafel gelegd. Ik vroeg om een ​​deken, want het voelde veel te koud. Ik werd verteld dat ik misschien een bloedtransfusie zou moeten krijgen. Ik werd gevraagd een aantal documenten te tekenen zonder ze echt te lezen en daarna werd ik verdoofd.

Ik werd trillend wakker, op een overdreven manier, met spasmen, alsof ik een epileptische aanval had. Ik voelde verschillende handen die me bij mijn armen en benen grepen om mijn lichaam te controleren. Ik hoorde iemand zeggen: ‘Van deze verdoving worden mensen zo raar wakker’. Beetje bij beetje stopte ik met het schudden. Het eerste wat ik vroeg toen ik er helemaal bij was, was of ik en bloedtransfusie had gekregen. Nee dus.

Na een tijdje onder observatie namen ze me mee naar de kamer. Het was al zes of zeven uur. Het was afgelopen.

Ik kreeg bezoek (naaste familie) en ik voelde me vreemd kalm. De nachtmerrie was voorbij, ik was oké.

Mijn hormonen dachten dat ik een levend kind ter wereld had gebracht en gaven me een vals gevoel van geluk.

De dagen erna kwam de val.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *