Ik heet nog steeds Queralt

6 februari
Ik ben.
Ik weet wat er komen gaat. Ik weet het omdat elk kind dat geboren is sinds dat er kinderen geboren worden, het in het boek van het leven heeft geschreven.

10 maart
Ik heb veel energie nodig.
Alles gebeurt heel snel, elke seconde verandert alles en ik vergeet wat ik even geleden ben geweest.
Ik voel warmte.
Er is liefde. Ergens verborgen achter de uitputting van mama.

23 maart
Zacht. Van een roodachtig zwart.
Ik beweeg.
Ik tril. Dit is nieuw.
Ik ben een geheim. Ik ben als een kwelling voor degenen die me weten, want ze willen aan de wereld roepen dat ik er ben.
Maar ze weten nog niet wie ik ben.

16 april
Alles is zacht en mild.
Ik voel de druk om me heen.
Ik hou van draaien.
En draaien.
Ze zien me en ze lachen, omdat ik alleen maar blijf draaien.
Ik weet alles.
Maar ze weten het niet.

Miskraam

17 april
Ze kijken nog eens naar me.
Ik draai.
Ik leg mijn handen voor mijn gezicht.
Ze zien me en spreken zacht, onzekerheid doet vandaag toch minder pijn dan gisteren.
Nu moeten ze wachten.

23 april
Mama vertelt me.
Ik voel al haar vreugde, ik voel dat ze weet dat alles goed zal gaan, dat we, hoe dan ook, het zullen redden.

27 april
Mama zucht. Ze hebben haar verteld dat alles goed is met mij. En dat ik een meisje ben.
Ik beweeg mijn armen en draai.
Ik heet Queralt. Ze zeggen dat ik Queralt heet.

30 april
Ze luisteren naar mijn hart. Het klopt.
Er is liefde. Er is hoop. Er is geluk.

4 mei
Ik weet niet wat er gebeurd is. De tijd is opeens stilgestaan. Ik beweeg niet meer. Ik draai niet meer.
Mama moet overgeven. Ze slaapt. Ze rust.

7 mei
Mama praat over mij. Ze zegt dat ik Queralt heet en dat ik in oktober geboren zal worden.
Ze koopt een jurk voor later, als haar buik groter wordt. Ze weet nog niet dat haar buik niet meer zal groeien. Ze weet nog niet dat mijn reis drie dagen geleden eindigde.
Alles is zacht en mild.
Ik zou graag draaien, maar doe ik niet meer.
Ik zou graag mijn handen voor mijn gezicht zetten, maar ze gehoorzamen niet meer.
Ik ben er en tegelijk ben ik er niet.
Ik heet Queralt. Ik heet nog steeds Queralt, hoewel mijn hart gestopt is.

22 mei
Ik blijf zonder bewegen.
Hoe lang kan de tijd stil blijven staan?

25 mei
Ze luisteren naar me en horen me niet.
Ze luisteren nog eens en horen me niet.
Ze kijken naar me en zien dat ik niet beweeg.
Ik ben er. Maar mijn hart klopt niet en mijn lichaam beweegt niet.
Maar ik ben er. En ik wil er niet uit.
Ik heet Queralt. Ik heet nog steeds Queralt.
En ze huilen me.

26 mei
Alles beweegt alsof er van buitenaf wordt aangeklopt.
Alles om me heen duwt me hieruit.
Alles wat ik ken verwerpt mij.
Ik kom eruit.
Ik vlieg omhoog. En hoger. En ik kijk naar beneden en zie mama liggen met haar benen gespreid. En een arts die in een bundeltje wikkelt wat er uitgekomen is.
Dat ben ik.
Ze nemen het bundeltje weg. Ze nemen wat ik ben geweest weg.
Wat moet ik doen?
Ik weet niet waarheen ik moet.
Volg ik het bundeltje of blijf ik bij mama?

27 mei
Mama denkt niet aan mij.
Ze ruimt op, ze ordent, ze organiseert.
Wat moet ik doen? Waar ga ik heen? Ga ik weg?
Ik hoor stemmen die mijn naam fluisteren.
Maar ik wil bij mama blijven.
Hoewel ze doet alsof er niets gebeurd is.

28 mei
Moeder legt Lluc uit dat ik niet meer in haar buik ben.
Ik kwam eruit. Ik was te klein. Ik kon niet blijven. Nu woon ik op een ster.
Lluc vraagt of hij me kan bezoeken. Vliegend. Mama zegt dat we niet kunnen vliegen. Papa kan het wel. Nee, papa kan het niet. Timmy kan het wel. Nee, Timmy is een schaap die niet kan vliegen. De uil kan het wel. Ja, de uil kan vliegen, maar niet hoog genoeg om de sterren te bereiken.
Ze hebben niet uitgelegd dat, soms, tijd stilstaat. En dat is het dan.

29 mei
Mama kan niet slapen.
Ze zoekt naar me.
Kijk naar mijn echografie.
Vindt een tekening die Lluc maakte waarvan hij zei dat ik het was. Het is een blauwe vlek. Er staat een datum: 4 mei.
Mama valt in slaap.
Droomt van een ring met mijn naam erop.
Ze staat op bij dageraad en tekent de ring die ze heeft gedroomd.

2 juni
Mama schetst een meisje op een ster die naar de maan knipoogt.
Verder beneden, op aarde, staan een moeder, een vader en een kind.

4 juni
Mama maakt een doos en legt dingen erin.
Mijn echo’s.
Een CD van Blaumut.
Een steen die heel erg wit is aan de ene kant en heel erg zwart aan de andere.
Een kopie van de blauwe vlek die Lluc tekende.
Een kopie van het meisje in de hemel dat mama tekende.

16 juni
Een pakket komt voor mama aan.
Twee ringen met mijn naam.
Ze doet er een aan en ze zucht.
De andere legt ze in de doos met dingentjes.
Af en toe ga ik ook die doos even in.

27 juni
We zijn in Nederland.
Mama vertelt me en huilt.
Ze krijgt een paar vilten schoentjes voor mij, handgemaakt na het weten dat ik nooit geboren zal worden.
Ik heet Queralt. Ik heet nog steeds Queralt.
En de kinderstemmen fluisteren mijn naam nog steeds, maar ik blijf bij mama.

30 juni
Lluc raakt mama’s buik en vraagt waar Queralt is.
De stem van mama breekt als ze vertelt nog eens dat ik op een ster ben.
Maar het is niet waar. Ik sta naast haar.

21 juli
De buik is weer zoals het was. Plat, leeg, vlak.
Er is een tekening van een blauwe vlek dat ben ik.
Er is een ring met mijn naam.
Er zijn een paar vilten schoentjes.
Er is een tekening van het hele gezin, maar ik ben in de hemel.
Ik heet nog steeds Queralt.
Er is verdriet.
Er zijn herinneringen.

22 juli
En mama begint met schrijven.
Nu zou ik kunnen gaan.

26 oktober
Vandaag had ik geboren moeten worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *